|
Piment-Jamaica-peper (Pimenta dioica)
![]() ![]() ![]() ![]() De Piment is tegelijk de meest verbreidde, tegelijk de minst bekende specerij. Dit is het gevolg van zijn onduidelijk karakter: zijn kruidig aroma doet den-ken aan een mengeling van geuren van zwarte peper, kaneel, kruidnagel en nootmuskaat. Het is als het ware al deze specerijen TEGELIJK, vandaar zijn bijnaam van Allspice. Zijn gebruik kent dat ook een heel breed spectrum van toepassingen bij zowel hartige als zoete gerechten, en is verspreid over zowat de hele wereld. Oorspronkelijk is Piment afkomstig van Midden-Amerika en het Caraïbiese gebied: van Mexico tot Guatemala, van de Antillen tot de eilanden Cuba en Jamaïca, gedijt de Pimenta -behorend tot de familie der Myrtaceae- het best in een subtropies klimaat met konstante temperatuur (niet boven de 29°) en vochtigheid, en kan dan uitgroeien tot een boom van ruim 18 meter hoog. Al blijft hij doorgaans kleiner, gemiddeld zo'n 7 tot 10 meter, omdat hij als soort behoort tot de middelste boomlaag en deel uitmaakt van een gemengde gemeenschap met tal van andere boomsoorten. Zijn bladeren blijven steeds groen, en lijken een beetje op die van sinaasappels. Zijn bloemen zijn meestal tweeslachtig, wit en ietwat pluimachig in trossen. En zijn vrucht is een bes die twee aromatiese zaden bevat. De vruchten hangen in trossen en veranderen bij rijping van kleur: van aanvankelijk groen naar beige en uiteindelijk naar zwart. Ze zijn scherp en prikkelend van smaak. Aanvankelijk werd hij ook VERWARD met andere "peper-achtige" specerijen, en raakte piment zelfs in de vergetelheid tijdens de eerste trwee eeuwen van de (Spaanse) kolonisatie: het specerij werd ambachtelijk en kleinschalig ge-oogst door de plaatselijke bevolkingen, maar scheen oninteressant voor groot-schalige kweek. Ook al ontdekten de Spanjaarden vrij snel zijn cullinaire toe-passing, en werd hij door hen "pimenta gorda" en "pimenta tabasco" ge-noemd. Maar aanvankelijk stond het bekend onder zijn Nahuatl-naam Xo-coxochitl, wat "zure bloem" betekent. In de Europese apotheken werd Pi-ment onder VERSCHILLENDE wetenschappelijke namen geregistreerd. Het werd niet alleen met Peper zelf verward (de Fransen noemden het "Engelse peper"), maar ook met kardemon uit India en Malagueta uit Afrika, de zoge-naamde paradijskorrels. Veelzijdigheid en verwarring zijn typiese Twee-lingen-kenmerken. ![]() ![]() ![]() ![]() Dat Piment een Tweelingen-specerij is blijkt ook uit zijn praktiese en medici-nale toepassingen, maar om die te vernemen moeten we terug naar zijn streek van herkomst, want sinds de kolonisatie en de latere kultuur in plantages oa in India en Jamaica, staat Piment louter bekend als een "specerij" en niets meer. Niet verwonderlijk natuurlijk als men een plant alleen kent onder de vorm van gedroogde vruchtjes als toespijs. De eerste publikaties vinden pas plaats op het eindvan de 18de eeuw door de Spaanse koninklijke hoofdarts: "Piment is zeer effektief om de stemming te verbeteren, hoofd en maag te versterken, het bloed te verdunnen, winderigheid te verdrijven, menstruatie te vergemakkelijken en de eetlust te stimuleren". Logies, als men weet dat de essentie van Tweelingen terug in beweging brengen en circulatie-bevorde-rend is. Sedert ousher werden pimentbladeren gebruikt door inheemse volkerern om erop te kauwen bij tandpijn en keelpijn. Of als thee gedronken tegen maag-pijn, dysenterie, hoest, en de bevalling te bespoedigen. In de chronieken van de eerste kolonisten wordt gewag gemaakt van een drankje gemaakt uit ge-roosterde en gemalen maïs met wat cacao en "indianenpeper" aan toegevoegd De drank die daarin beschreven wordt -de pozol-wordt nog steeds veelvuldig gedronken, zowel dagelijks als tijdens ceremonies, door boeren in de tropiese gebieden van Mexico. En nog steeds ook wordt het specerij in de Mexicaanse keuken bij de bereiding van talrijke gerechten gebruikt, alwaar het bekend staat als "pimenta gorda". Het gebruik van Piment gaat terug tot de Azteken en de Maya's, bij wie het ceremonieëel werd gebruikt bij cacao-drank; een ce-remonie die blijkbaar tegenwoordig anno 2026 naar het Westen is over ge-waaid. Van recenter gebruik dateert de toepassing als etheriese/essentiële olie, waarbij het de bloedcirculatie verhoogt, de bloedvaten doet uitzetten, en de huid doet opwarmen. De olie is licht analgeties en wordt in de aromathera-pie gebruikt bij artritis, reumatiese aandoeningen, soierpijnen, vermoeid-heid, vastzittende hoest, broncitis, zenuwpijnen, stress. Zoals Piment in de keuken als een ALspice wordt gebruikt, kan het ook als een ALolie worden ge-bruikt: een veelheid van klachten die ontstaan bij een gevoel van onbehagen door verkoudheid of blokkering. Als Tweelingen-kruid werkt het verwarmend bij verkoudheid, en aktiveert het wat vast komt te zitten. ![]() ![]() ![]() ![]() Voor de rest geldt voor Piment wat ook voor Tweelingen-mensen geldt: ze zijn zo "van alle markten thuis" en zo "alom-tegenwoordig", dat men hun aanwe-zigheid als vanzelfsprekend ervaart. Steeds bereid hun inbreng te doen en binnen een groep de goede stemming en samenwerking te bevorderen, spelen ze een belangrijke maar vaak onderschatte rol als bindmiddel. Omdat ze gemakkelijk een gesprek aanknopen en kontakt maken, leggen zij relaties en verbindingen tussen mensen en gemeenschappen; niet per se als officiële am-bassadeurs of formele onderhandelaars, maar gewoon omdat ze zo zijn. Het is hun wezensaard om nieusgierig te zijn, en van daaruit overal op verkenning te gaan, te gaan "piepen" , vragen te stellen, en te beginnen dialogeren. Ze beschikken daarvoor over een groot aanpassingsvermogen en tonen een grote verdraagzaamheid. Deze eigenschappen kan men ook bij het Piment terugvinden. Aanvankelijk hebben de Spanjaarden geprobeerd om hun "ontdekking" te importeren naar alle uithoeken van hun koloniaal rijk. Te beginnen met Spanje zelf: als een project om Piment te acclimatiseren in de regio's van Andalusië. Daarbij werd Piment evenwel geweld aangedaan, want het heeft wel degelijk een tropies vochtige omgeving nodig om goed te kunnen gedijen; alleen maar warmte en "wat" water zijn onvoldoende. Bovendien zijn er ook grenzen aan elke aan-pasbaarheid: Piment laat zich weliswaar gemakkelijk snoeien en dus in be-perkte omvang houden, maar men kan een Tweeling nooit in een kooi stop-pen of in een dwangbuis zetten. Anders gezegd: het is en blijft een boom. Om piment te oogsten, moeten de plukkers in de bomen klimmen -ook al zijn die slechts 6 meter hoog- en al zittend op een houten plank de vruchtentrossen in een zak stoppen. Een "luiere" manier bestaat eruit van opgedroogde en uit de boom gevallen vruchten op te rapen; maar dat kan alleen in plantages waar de bomen op 5 meter van elkaar staan. En de kwaliteit daarvan is uiteraard niet dezelfde als die van de geplukte vruchten die men gekontroleerd heeft laten drogen. In zijn gebieden van herkomst wordt deze boom dan ook veelzijdig gebruikt: zijn olie is insekten- en schimmelwerend; zijn hout is erg hard zodat zijn stam kan gebruikt worden bij de huizenbouw, en zijn takken voor het maken van handvatten van gereedschap.In Jamaïca wordt het hout van de boom gebruikt voor het barbecueën van de populaire "jerk chicken" en "jerk prok". Bij de Maya's werd het gebruikt om te balsemen. ![]() ![]() |