Wat Uitleg

Handelsroutes bestaan er sinds de vroegste tijden, in alle werelddelen, en zo-wel ter land als ter zee. Gekend warende de routes in de landen rond de Middel-landse Zee en in het Oosten de befaamde Zijderoute die het hele Aziatiese konti-nent tot in het Midden-Oosten doorkruiste. Omdat dit de bron was van rijkdom, werden er in datzelfde verloop van eeuwen oorlogen en veldslagen geleverd, om zelf een groter deel van deze schatkamer te kunnen opeisen. De aanvankelijke zeeroutes doorkruisten wel zee-engtes en binnenzeëen, maar bleven toch groten-deels op zichtsafstand van het land. Het waren aanvankelijk de Vikings die de know-how en de branie hadden om zich in open zee te wagen en voor het eerst de Atlantiese Oceaan tot Noord-Amerika overstaken.

Met de konstruktie van grotere en snellere schepen die een grotere vracht kon-den dragen en konden uitgerust worden met kanonnen, en het perfektioneren van het kompas, werd het voor Eurpese naties mogelijk om via zee een direkte toegang te krijgen tot Azië en zijn rijkdommen, wat de aanzet gaf tot de grote ontdekkingsreizen van de 16de en 17de eeuw. Cristoffel Columbus probeerde een shortcut via het Westen te vinden, maar belandde in een "Nieuwe wereld". De Portugese ontdekkingsreiziger Vasco da Gama slaagde in 1498 als eerste Eu-ropeaan erin om India via het omzeilen van Afrika te bereiken. De Portugezen wisten de specerijenhandel naar Europa een tijdlang naar zich toe te trekken, maar bleken over te weinig schepen en manschappen te bezitten om het gehele gebied van de Indiese Oceaan te kunnen onder kontrole te houden.

Er ontspon zich een wedloop tussen verschillende Europese naties om zich te ver -zekeren van een hegimonie-positie in die handel. De Fransen, de Engelsen en de Nederlanders mengden zich in het debat. Uiteindelijk wist de Nederlandse Verenigde Oostindische Compagnie een gedeeltelijk monopolie op de handel te verkrijgen nl wat betreft de nootmuskaat, de foelie en de kruidnagel. Dit vormde de basis voor het koloniale rijk Nederlands-Indië. Het monopolie van de VOC in deze specerijen kwam in de achttiende eeuw ten einde toen de Franse avonturier Pierre Poivre (1719-1786) (!) erin slaagde om stekken van de muskaatboom en de kruidnagelboom naar Mauritius te smokkelen. Tegelijkertijd verloren de spece-rijen in Europa hun toonaangevende rol in het dagelijks leven. Het voedingspa-troon was minder eenzijdig geworden door de introductie van nieuwe gewassen uit Amerika. Na duizenden jaren waren specerijen eindelijk een gewoon product geworden.

Het accent was ondertussen verschoven van proberen de kontrole over de han-del in handen te krijgen, naar de produktie te kontroleren, wat de winstmarge alleen maximaliseerde. Een proces dat met Cristoffel Columbus was begonnen, toen hij aan land gekomen het Spaanse vaandel neerplante en het nieuwe gebied opeiste in naam van de koning van Spanje. Een proces dat uitmondde in het zich met geweld toeëeigen van land, en het tot slaaf maken van de inlandse bevolking door een ongenadige repressie uit te oefenen en hen te doen werken in plantages tegen hongerlonen. De "gouden tijd" van de Kolonies, waarbij Europese naties zich verrijkten door de natuurlijke rijkdommen van "hun" kolonies leeg te roven en de plaatselijke bevolking uit te buiten. Dat was niet "spicy", maar ronduit de-cadent.

Gezien hun herkomst, zijn specerijen ons alleen bekend door hun toepassing in de keuken. Hun groei-, bloei- en vruchtvormingsproces speelt zich echter in ver-re kontereien af, en is ons niet bekend. Maar dank zij het Internet kunnen we te-genwoordig wel ons opzoekingswerk "vanop afstand" maken, om een beter beeld te krijgen van de aard en de eigenschappen van de bomen/struiken/klimplanten die aan de basis liggen van deze bijzondere specerijen die we in ons eten doen, tot drank verwerken of als dessert nuttigen. De meesten daarvan zijn dermate in ons leven ingeburgerd, dat wij ons geen vragen meer stellen over hun afkomst, geschiedenis of wezen. Daarom was deze diepere kennismaking nodig.