|
Art 43
Vlas - Lijnzaad (Linum)
![]() ![]() ![]() ![]() De gewassen die sedert oudsher reeds werden gekultiveerd, zijn dikwijls die-gene die het slechtst gekend zijn. Vlas zit in deze situatie: het wordt al duizen-de jaren door de mens geteeld, in die mate dat het als soortnaam usitatissi-mum heeft gekregen, wat betekent: het meest te gebruiken. In archelogiese opgravingen in het Oude Babylonië heeft men lijnzaden en stukjes linnen van vlas gevonden die dateren van 7000 voor Christus. En de mummies van rijke Oude Egyptenaars werden omwikkeld met vlaslinnen. Het is dermate oeroude kultuurplant, dat ze in het wild nagenoeg niet meer voorkomt. En als dat het geval is, betreft het meestal planten dicht bij de akker of langs de weg waar ze werden geteeld. Vlas was veelgebruikt, maar vanaf de 19e eeuw grotendeels vervangen door goedkope katoen uit de koloniën. En thans ook door andere plantaardige ve-zels (zoals brandnetel, hennep, bamboe, ....) en door syntheties materiaal. Toch is het gedurende eeuwen zo ingeburgerd geweest in het leven en in de taal van onze voorvaderen, dat het blijft voortleven in de begrippen linnen, lingerie en linoleum. In Europa en in het bijzonder in Vlaanderen werd vlas immers geteeld als vezelgewas. De mens had in zijn evolutie als naakte aap immers een tweede huid nodig: eerst bestond die uit pelsen van dieren, maar daarna leerde de mens kledij uit natuurlijke stoffen te maken. Dit gebeurde reeds vanaf het Stenen Tijdperk. Bij de vlasteelt wordt vlas op een goed gedraineerde akker in het voorjaar ge-zaaid, waar het bij voldoende vocht al in juni kan uitgroeien tot 1-1,2 meter hoog, en begint te bloeien met mooie, vijfvoudige, lichtblauwe bloemen. Wan-neer die zijn bevrucht en uitgegroeid tot ronde doosvruchtjes, is de vlas rijp om geoogst te worden vanaf mid-juli. Vroeger een omslachtig werk voor de hele gemeenschap, omdat de plant met wortel en al uit de grond moest getrok -ken worden, kwestie van een zo lang mogelijke vezel te behouden. De plan-ten werden dan op de akker in schoven gezet. ![]() ![]() ![]() ![]() Maar daarmee was het niet afgelopen: het vlas diende eerst gerepeld te wor-den ttz ontdaan van zijn zaadbollen, en daarna geroot te worden ttz in water rotten om de bast rond de vezelbundels te laten loskomen. Toen ik als kind de zondag in de ouderlijke Volkswagen naar Zee meereed langs de Leiestreek, kon ik aldus in juli de typiese "vlaskapelletjes" op de akkers zien, en in augus-tus de typiese stank van het roten opsnuiven. In devolgende bewerking, het zwingelen, wordt de bast verwijderd en komt de zachte vezel vrij; en in de laatste bewerking het hekelen, worden de vezels ontdaan van verontreinigin-gen en gekamd tot een gladde bundel. Dan zijn ze gereed om tot fijne garens te worden gesponnen. Dit verhaal terug tot leven wekken is belangrijk om de jongere generatie te doen beseffen hoe dingen werden/worden gemaakt en niét "uit de supermarkt komen", en arbeid/werk kosten dus niet spotgoed-koop dienen te zijn (door industrie en konsumptie). Nu, als we als mens kledij moeten dragen, is het ook goed om te blijven stil-staan bij de funkties van de huid, omdat kleding daarvan het "verlengde" is. En de eerste is, die van afscherming en bescherming: tegen (teveel) warm-te of koude, tegen kwetsuren, om de belangrijke organen te beschutten. De huid als buffer. Maar de huid is ook een bemiddelings- en uitwisselings-orgaan tussen binnenwereld en buitenwereld. Van lucht (men kan stikken bij een hermeties afgesloten huid), van water, van warmte, (zweten) .... Hierin kunnen we ASTROLOGIES het Weegschaal-principe van afgeven en op-nemen herkennen; de balans tussen yin en yang; het evenwicht van stoffen in de bloedbaan door werking van het ander Weegschaal-orgaan, de nieren. Als Weegschaal-plant heeft Vlas medicinaal niet alleen een gunstige en helen-de invloed op die huid, maar ook in het algemeen een verkoelende, verzach-tende, enigsins pijnstillende en verwekende werking. Hierbij worden vooral de zaden, het lijnzaad gebruikt, en de olie geperst uit die zaden, de lijnolie. Er is iets bijzonders aan deze zaden: ze bevatten niet alleen veel olie (40%), maar ze zijn ook in staat om 5 maal hun volume aan water op te nemen. In heet water gebracht zwellen ze op tot een slijmerige massa, die een kontakt-laag legt op weefsels. Daarom worden ze als "papjes" of kompressen uitwen-dig gelegd op ontstekingen, steenpuisten, kneuzingen, zweren, brandwonden, .... en worden ze inwendig (gezeefd) gedronken bij ontstekingen van het maag -darmkanaal en bij verstopping. Vooral bij dat laatste is lijnzaad effektief, omdat het de darm als het ware masseert en de darmperilstatiek terug op gang brengt. Lijnzaad beschermt niet alleen de "externe" huid, maar ook alle interne slijmvliezen: van de maag, de darm, de longen (hoesten), de blaas (pijnlijke urinelozing), de nieren, de baarmoeder. Dat zijn kontaktoppervlak-ken van uitwisseling die, wanneer ze ontstoken geraken (catarre) hun funktie niet meer kunnen vervullen. Hier manifesteert zich de tweede energie van Vlas: die van Water, meer bepaald Maan/Kreeft. Ter volledigheid moet ik nog vermelden dat lijnzaadolie veel omega-3 en vita-mine F bevat en daardoor de cholesterol en de suiker in het bloed verlagen. De bemiddelende Weegschaal-werking van vlas kan men tenslotte ook nog herkennen in het feit dat Vlas een gunstige invloed heeft op de ontbinding van organiese materie en op de bodemstruktuur (speciaal die van de bovenlaag). ![]() ![]() ![]() ![]() De draad werd vaak gebruikt als symbool voor zijn levenspad of levenslot: de levensdraad die gesponnen werd door de Nomen in de Noorse mythologie, door de Moiren in de Griekse, en door de Parcen in de Romeinse. Wanneer de draad werd afgebroken, stierf men. Het is dus essentiël om zijn draad niet te verliezen. Ook niet in zijn gedachtegangen: wanneer men de draad van zijn gedachten verliest, verliest men zijn redenering. In bergbeklimmen zijn klim-mers met elkaar verbonden door een klimtouw voor de beveiliging. Het cor-don is een aangesloten verdedigingsmuur. Ook dieren kennen de beveiliging van de onzichtbare band van de kudde of school door dicht bij elkaar te blij-ven. Als ANALOOG KRUID stemt Vlas overeen met het menstype dat veel verbindingen maakt: de bruggenbouwer die veel kontakten en netwer-ken maakt, en er een uitgebreide vrienden- en kennissenkring op nahoudt. Anderen kunnen helpen en van dienst zijn geeft hem/haar het gevoel van ver-vulling, doch al teveel verliest de persoon hierbij uit het oog hoeveel energie het hem lost om al die kontakten te blijven "onderhouden". Wanneer hij/zij méér geeft dan hij/zij kán geven, ontstaat er het risiko van roofbouw op zich-zelf; daarom onstaan er op geregelde tijdstippen blokkades (verplichte time-out's) in de energie: knopen die de ononderbroken stroom van interakties plat leggen. Lichamelijk kan dat verstopping zijn. Psychies kan dat de moei-lijkheid zijn om het touw door te hakken(!): men kan de kortstondigheid van sommige ontmoetingen niet accepteren, en loslaten, waardoor men geen tijd meer over heeft voor belangrijkere en zinvollere verhoudingen. Het is alsof men een veel te grote trui zou breien om iedereen er te laten inpassen; hier-door verliest men vaak het zicht op mijn/dijn en op de inhoud (betekenis, belang, zin, ...) van kontakten. Mensen komen en gaan, dus moet men een trui dragen op zijn maat. Geluk is een staat van zijn die men niet kan vast-houden, maar ontstaat wanneer men goed in zijn vel zit, en een positieve res-pons krijgt als weerspiegeling van hoe men zelf in het leven staat. Als COMPLEMENTAIR KRUID is Vlas te gebruiken door het type dat moeilijkheden heeft om gesprekken aan te knopen (!) en kontakten te leggen. Dat gaat stroef en haperend, of het wordt na een tijd afgebroken door omstandigheden en buiten de eigen wil om. Men heeft niet veel vrienden of mensen rondom zich, en voelt zich nogal alleen in het leven staan. De moei-lijkheid om zich aan iemand bloot te geven, legt een duidelijke rem op zijn sociale verkeer. Men wil eerst zekerheid alvorens stappen te zetten, maar de mens is als een evenwichtskunstenaar op een slappe koord (!): wanneer hij al te snel en voortvarend uit zijn hoekt stormt, dan kan hij zich niet op de koord in evenwicht houden, en valt op zijn bek (waarvoor men juist bevreesd is). Maar wie bang om te vallen het touw niet opdurft, zal NOOIT zijn hoek verlaten, en laat de dingen aan zich voorbij gaan ZONDER zijn kansen te grij-pen. Geen fouten maken, maar ook geen ervaringen meemaken door aan de kant van het leven te blijven staan, is geen goede levensinstelling: men blijft met lege handen achter. Men moet leren draad te spinnen (!): kontakten en ervaringen aan elkaar rijgen, goede en slechte, om ermee te leren omgaan. Wie niet leert omgaan met de mensen en het leven, heeft geen "omgang", en plaatst zich "buitenspel". Wie zich eenzaam en ongelukkig voelt, ziet zijn schrik voor afwijzing als het ware verwerkelijkt als de vervulling van een ne-gatief wishful thinking. ![]() ![]() |