Notelaar-Walnoot-Okkernoot-Juglans
strong>

Wat we thans in onze kontreien Okkernoot noemen, en in En-gelstalige landen vooral als Walnoot bekend staat, is vreemd genoeg misschien niét van inheemse oorsprong. De noteboom is geen oorspronkelijke Europese boom, maar is afkomstig uit Midden-Azië, maar werd al vrij vroeg vandaar geëxporteerd. Zijn reis begon 23 eeuwen geleden, en naargelang de streek die hij aandeed kreeg hij een andere naam. Deze globetrotter werd aan de Zwarte Zee "noot van Sinope" genoemd; in Oud-Griekenland "karyon"; en bij de Romeinen "koningsnoot". Zijn Latijnse naam Ju-glans refereert daarnaar: "Ju" is een verkor-te vorm voor de oppergod Jupiter, en "glans" betekent eikel. Met de Romeinen is de noot aan zijn verdere tocht naar Noord- en West-Europa begonnen, in het kielzog van hun veroverings-tochten.

Omstreeks het jaar 800 kondigde Karel de Grote een decreet aan om kruiden en bomen aan te planten; oorspronkelijk ge-beurde dat in de kloostertuinen van monniken, maar alras wer-den deze inwijkelingen ook door de gewone bevolking geaccep-teerd en verspreid. Op het Angelsaksies kontinent werd de nieuwe noot wealh-hnut genoemd -wat "vreemdeling-noot" be-tekent-, en wanneer men ook in Duitsland die naam overnam werd de Welshe noot langzaam verbasterd tot "Walnoot". In de destijds door Romeinen bezette gebieden, werd de Latijnse naam voor (algemene) notenboom aangenomen: "nucarius", wat in het Nederlands eerst nokkernoot -letterlijk: notenboom-noot- en later okkernoot werd; en in Frans eerst "noguier" en later noyer.

Nu is de Okkernoot wel niet de enigste vertegenwoordiger van de familie der Juglandaceae, want ze komen oorspronkelijk niet alleen in de Balkan en het Midden-Oosten voor, maar ook verder in Azië tot aan de Himalaya en Zuid-West China. Men heeft niet alleen de "gewone okkernoot" (regia) maar ook de zwarte walnoot (nigra), en een aantal geslachten zoals de Carya die niet alleen in China maar ook in Amerika voorkomen en daar Hickory worden genoemd -bitternoten-; en de Pterocarya of vleugelnoten. Een familiefoto van al die ondersoorten kun je hier rechts onderaan vinden.

Men kan niet anders dan de hoeveelheid noten die de Notelaar (bijna) ieder jaar levert, wonderbaarlijk vinden: vele manden vol. Vandaar dat de Okkernoot in het Westen vorral geassocie-eerd werd met produktiviteit en vruchtbaarheid. Hij speelde een rol in tal van rituelen voor het realizeren van goede huwelij-ken, gezegend met vele kinderen. In de Griekse mythologie was de walnoot symbool van wijsheid; dit werd doorgegeven zodat in het algemeen in Europa de Walnoot het symbool was voor wijsheid, kennis en inspiratie. Door de gelijkenis van de pit met de hersenen (zie foto onderaan rechts), beschouwde men dat volgens de Signatuur-leer, het eten van okkernoten de mentale aktiviteit ondersteunde. Dat dit geen fabeltje was, heeft men nadien kunnen vaststellen aan de hand van de komponenten en mineralen die in de noten zijn geconcentreerd, en krachtvoer voor de "grijze cellen" zijn.

In Amerika was voor de Native American de Black Walnut een symbool voor klaarheid en focus; zij associeëerden hem met het concentreren van zijn energie om nieuwe projekten of ak-tiviteiten te beginnen. Dit sluit heel dicht aan bij wat Edward Bach in zijn Bachbloesems over de Walnut heeft beschreven. Ik kan niet anders dan konstateren dat Edward Bach de energie van de Walnoot perfekt heeft aangevoeld en beschreven; waar-schijnlijk niet in het minst omdat hij zélf een Walnoot-mens was, en omdat hij die essentie in zijn eigen leven heeft beleefd en toegepast. Hij was initiaal een "gewone huisdokter", die op het eind van zijn leven een totaal nieuwe weg insloeg door gehoor te geven aan zijn roeping om met zijn gevoeligheid een volkomen nieuwe healingsmetode uit de dokteren, en te breken met de patronen van een allopathiese dokterspraktijk.

Dit is het Waterman- of Uranus-principe: het oude patroon achter zich laten, om het nieuwe te omarmen. DOOR een ver-andering gaan, en durven gaan. Elke verandering is immers een stap in het onbekende: men verliest zijn geïnstalleerde ze-kerheid, maar weet niet wat er in de plaats gaat komen. Men moet dus steeds afrekenen met schrik, twijfels en onzekerheid. Gaat men de stap nemen, of houdt men zich in? Er zijn steeds genoeg belangen om de sprong niet te maken, maar er zijn ook steeds hoogdringende redenen die erop wijzen dat het daarvoor tijd is. Tijdens zijn leven groeit een mens immers steeds van de ene fase naar de andere: van kind naar puber, van adolescent naar volwassene, van eenzaat naar partner, van partner naar ouder, van volwassene naar oudere. In iedere overgang ver-liest hij iets, en moet hij iets nieuws verwelkomen. Walnoot leert om de schrik en de bezwaren te boven te komen, en de moed te vinden om de verandering daadwerkelijk aan te gaan.

Wat daarvoor nodig is, toont de Walnoot andermaal aan: zijn aromatiese, sterk ruikende bladeren bevatten de komponent juglone die vliegen en muggen -ongedierte- weghouden, en die de groei van grassen en andere planten -onkruiden- onder de stam tot een diameter van 18 m in het rond verhindert. Als men zichzelf wil beschermen, moet men zich vrijwaren van wat die zelfontplooïing kan beletten: emoties, gedachten en meningen van anderen die de eigen zekerheid kunnen doen wankelen, en aan zijn innerlijke overtuiging kunnen doen twijfelen. Aan de stem van zijn intuïtie mag men niet twijfelen; en over zijn roe-ping mag men niet schipperen. In een leven en een wereld die aan een voortdurend proces van veranderingen onderhevig zijn, zijn zij het kompas om zijn levenspad uit te stippelen.

Zit je dus in zo'n belangrijke overgangsfase, bijvoorbeeld bij een komend huwelijk, een beroepskeuze of een verandering van beroep, een echtscheiding of het verlies van een partner, voor het pensioen, ..... ga dan gerust eens tegen de stam van een No-telaar zitten om je mijmeringen en reflekties in de goede rich-ting te helpen sturen. Je kan ook de I Tjing lezen -Het boek der Veranderingen- of het Taoïsme bestuderen, om je beter te ver-zoenen met de realiteit dat alles in het leven en in de wereld steeds in verandering en beweging is. Dat weerspiegelt zich ook in de geneeskrachtige werkingen van de Walnoot: hij brengt stagnaties en ophopingen weer in beweging. Vandaar zijn gebruik bij verstopping, galstenen, slecht genezende won-des, eczema, psoriasis, sputterende longen en nieren, en aller-hande storingen in het metabolisme die gepaard gaan met hoge bloeddruk, teveel cholesterol en obesitas. The White Mountain Apachen gaven hun paarden en huisdieren een behandeling met een aftreksel van de schors van de Zwarte Walnoot tegen parasieten.

Omdat de Notelaar de boom der Verandering en niet van de Traditie is, werd hij door precies traditionalisten vaak met ver-keerde ogen bekeken, en werden hem "boosaardige" en zelfs "duivelse" eigenschappen toegedicht: het zou een boom zijn waaronder heksen vergaderden om er goddeloze rites te bedrij-ven en vervloekingen uit te spreken; wanneer men onder een notenboom sliep, zou men ernstig ziek kunnen worden; en te-veel noten eten zou wellustig en ontrouw maken. Konservatie-velingen houden niet van verandering, en willen alles bij het oude laten. In mijn tuin staan 4 Notelaars: 2 heb ik zelf geplant, en twee werden door eekhoorns aangeplant.