Art
Absint Alsem (Artemisia)

Toen ik vroeger rondleidingen in de Plantentuin als natuurgids gaf, was er steeds een moment waarop we aan het perk met de Alsem aankwamen. Keer op keer vroeg ik dan op uitdagende wijze: "voor hetvolgende experiment heb ik een dappere nodig". De meesten voelden onraad en onthielden zich wijse-lijk, maar op mijn aandringen "is er dan niemand die een proefje aandurft?", stapte dan meestal toch een macho -meestal ook een man- naar voren. De "proef" bestond eruit van gewoon een blaadje van Alsem in de mond te ne-men, en dit te proeven. De smoelen dat die persoon dan telkens trok, was steeds even grappig. Niemand hield het langer dan 10 tellen vol, want Alsem smaakt onbeschrijfelijk bitter.

Om te begrijpen waar dat kruid zijn kracht vandaan haalt, moeten we gaan kijken waar de Alsem in het wild groeit, want de exemplaren die in tuinen groeien zijn aangeplant of aangezaaid. Alsem komt voor op zonnige, rotsach-tige hellingen. Hij is op verschillende manieren aangepast aan de droogte: zijn bladeren zijn ingesneden om de verdampingsoppervlakte te verkleinen, en bovendien zijn ze met een een soort grijsgroene viltlaag "behaard" die het zonlicht voor een deel dempen en zelfs voor een deel terugkaatsen (waardoor hun kleur verandert naargelang de invalshoek waaronder men hen bekijkt). Hij is daardoor uitgerust voor een survival in moeilijke omstandigheden, om-dat hij de uitdaging aangaat die extreme kondities op te zoeken. Zijn broer Bijvoet, legt de lat lager, en stelt zich tevreden met stenige ruigten en braak-land, waardoor die meer vocht tot zijn beschikking heeft; die ziet er groener en frisser uitziet, heeft alleen om de onderzijde van de bladeren een reflecte-rend "wit" en bevat dan ook stukken minder bitterstoffen.

De Alsem is inheems in een brede strook ZO.Europa-Midden.Azië-N.Afrika. Hij is winterhard, dus kan in de gematigde gordel daarbuiten groeien, maar is er eerder een zeldzame verschijning. In ieder geval is zijn karakter uitgespro-ken genoeg, om op te vallen voor de mens: in het Oude Egypte waar hij Saam werd genoemd werd hij reeds vermeld in een papyrus van ruim 1600 jaar voor Christus. De Oude Grieken noemden hem Artemisia, naar Artemis, de godin van de jacht. De naam absint komt van het Grieks apsinthos, wat on-aangenaam betekent. En zo gaat het maar door in de geschiedenis waar zijn naam en faam als geneeskruid telkens weer opduikt in de geschriften en boe-ken van hen die de Kruidengeneeskunde beoefenden. De Griek Hippocrates (400 voor Christus), de Grieks-Romeinse arts Dioscorides (1ste eeuw), de Nu-midiese-Romeinse schrijver Apuleius (2de eeuw), Hildegarde von Bingen met haar Salernoschool in de Middeleeuwen, Nicholas Culpeper(17e eeuw), de Kel -ten, de Arabieren, de Chinezen waar het Qing Hao werd genoemd, allen heb-ben de Alsem gekend en gebruikt. De Nederlandse naam alsem is van Fran-kiese oorsprong: zo noemden onze voorouders het kruid en de spiritueuse drank die ze eruit bereidden.

En waarvoor Alsem medicinaal werd gebruikt, kan men als volgt samenvat-ten: vanwege zijn stimulerende en opwekkende eigenschappen. Alsem is in het bijzonder bevorderend voor de spijsvertering omdat het de maag meer maagsap doet aanmaken, omdat het lever en gal beter doet werken, omdat het de eetlust opwekt en omdat het darmgassen verdrijft. Maar ook voor an-dere funkties is het een tonicum: het bevordert de bloedaanmaak (bij ane-mie of bloedarmoede), de urine-afscheiding, de menstruatie en de geboorte (nooit Alsem gedurende zwangerschap!!).

Deze geneeskracht bezit Alsem omdat het een zeer sterke VUUR-aard bezit. Zijn sterk Martiale(Ram)-energie maaakt van hem een krijger met niet alleen een uitgesproken sterke yang-energie, maar ook met een uitgesproken afstotingskracht. Zijn Engelse naam Wormwood geeft aan dat hij wor-men (parasieten) uit de darm verwijdert. In de Middeleeuwen was het in Europa één van de voornaamste strooikruiden als bestrijdingsmiddel tegen luizen, vlooien en ander ongedierte. In de 16e eeuw gold dat er geen slang kwam in een tuin waar Alsem groeide, en dat men derhalve een plant in elke hoek moest planten. In de biologiese landbouw weet men dat planten die in de buurt van Alsem groeien, het niet erg goed doen, en dat Alsem geen goed gezelschap is voor medicinale kruiden. Hij verdrijft wel de aardvlo, houdt motten op afstand en beschermt (in de buurt) kool tegen het koolwitje. Een aftreksel van Alsem houdt slakken weg.

Niet alleen scheidden de wortels van Alsem giftige stoffen af, maar ook de bladeren scheiden een giftige substantie af -logieserwijze absintine- genaamd die oplost in water. Wanneer er regen op de Alsem valt, dan wordt die giftige stof afgegeven, en stroomt mee in de bodem. Alsem past dus de taktiek van de verbrande aarde toe: met zijn gif doodt hij kiemplanten rondom zich, en verzekert zich zo van plaats voor zichzelf. Dat is "chemiese bestrijding" avant-la-lettre. Zet dus Alsem steeds op een afstand van andere planten: hij is een geboren egoïst, een solist. Hierin kunnen we dit ander Vuur-teken in hem herkennen: Leeuw (Zon). De Duitse arts en botanicus Tabernaemon-tanus (17e eeuw) raadde Alsem zelfs aan als middel tegen een slecht karakter. Hahnemann formuleerde de grondslagen van de homeopathie weliswaar meer dan 100 jaar later, maar hier hebben we al een voorbeeld van het gelijk-soortigheidsbeginsel: Alsem is een ronduit ONaangename plant. Strikt gezien is hij heden ten dage alleen bruikbaar in de gedoseerde vorm van een tinctuur gezien de vergiftigingsverschijnselen die hij ook bij de mens oproept. Daarom mag men Alsemthee nooit per kop drinken, maar moet men slechts om het uur een theelepel ervan innemen, verwittigt Mellie Uyldert. Tinctuur gebruiken laat een betere dosering toe.

Als ANALOOG KRUID past Alsem dus bij het mensentype dat erg vol van zichzelf is, dat zich beschouwt als een "special one" of een soort mini-zonnekoning die steeds ontzag en eerbied moet krijgen, ook al heeft hij in de buitenwereld niet zoveel gerealiseerd of gedaan om dat te verdienen. Zijn ego kan moeilijk door de deur, en als hij ergens binnenkomt, eist hij alle aandacht op. Door zijn haantjesgedrag en de (onuitgesproken) eisen die hij stelt, veroor -zaakt hij bij anderen een hoop fricties, spanningen, konflikten tot en met hoogoplopende ruzies. "Wie denkt hij wel dat hij is? Dat ik zijn dienaar ben?", is een regelmatig terugkerend en terecht verwijt. Hij speelt graag baas over anderen. Het eenrichtingsverkeer en zijn licht ontvlambaar temperament, belast zijn relaties en goede verstandhouding; men vind hem doorgaans een lastpak, of een macho, een mannetjesputter, een ruziemaker. Feit is dat hij problemen doorgaans doet eskaleren ipv op te lossen, en dat verbaal/fysiek geweld vaak een einde maakt aan zijn samenwerkingen. Hij verstoot dan een persoon uit "zijn hofhouding".

Alsem is dan weer het COMPLEMENTAIR KRUID voor het mens-ty-pe, voor wie de pejoratieve betekenis van het begrip bitter van toepassing is. Zoals in "dat is een bittere pil om te slikken" en "de bittere kelk tot de bodem ledigen". Niet zozeer in de zin dat zijn leven één grote aaneenschakeling van miserie, kommer en kwel zou zijn, zoals het in de bijbel symbool is voor de beproevingen en verdrietelijkheden des levens. Maar wél in de betekenis dat zo iemand nogal eens in de hoek staat "waar de slagen vallen". Men zou kun-nen zeggen dat hij "pech" heeft, omdat hij krijgt wat hij niet verdient, of NIET krijgt wat hij eigenlijk verdient. Hij blijft grotendeels tot gedeeltelijk verstoken van een "beloning" voor zijn noeste arbeid, en verricht zijn "sla-venwerk" onopgemerkt in de schaduw of in dienst van een ander, zonder daarvoor "in het zonnetje te worden gezet". Bijvoorbeeld als butler, als non, als mantelzorger, als dochter van een zieke moeder of moeder van een gehan-dikapte zoon. Ook vormen van zwaar labeurwerk die noodzakekijk zijn om de samenleving draaiende te houden, vallen hieronder. Men zal er nooit médail-les voor krijgen, maar het gebrek aan erkenning valt zwaar; en dan heeft men een paardenmiddel als de Alsem nodig, om er weer "bovenop" te geraken na een (hoogst begrijpelijke) inzinking.

In de geschiedenis zijn er golven waarbij een bepaald kruid een hoogtepunt kent waarin het geroemd wordt als een soort "tovermiddel", om daarna weer in de anonimiteit te verdwijnen. De AbsintAlsem heeft in de Klassieke Oud-heid een eerste piek gekend, om in La Belle Epoque een tweede hoogtepunt te kennen. De absint was toen een trendy likeur in de jetset van toen: de kunste -naarsbeweging die nieuwe wegen insloeg (impressionisme, expressionisme, ...) en beweerde dat de drank geestesverruimend en inspirerend was. Omdat het goedje groen was noemden ze haar De Groene Fee. "Groene Heks" ware toepasselijker als naam want het leidde tot absinthisme: het optreden van duizeligheid, krampen, stuipen, tot en met deliriums en epileptiese aanvallen. Daarom werd de drank vroeger uiteindelijk ook verboden.

Nu daarvoor was niet alleen de alsem verantwoordelijk, maar het hoge alco-hol-percentage van de drank : van 50 tot 75%. Daarom beveelt men tegen-woordig aan op absint aan te steken zodat de helft van de alcohol verdampt. En te verdunnen met een flinke hoeveelheid water. Om te bitterheid van de alsem wat te minderen, wordt er ook suiker aan toegevoegd. Met kan die twee kombineren: men kan een suikerklontje gedrenkt in absint op een speciale, geperforeerde lepel bovenop het glas aansteken waardoor hij oplost en in het glas valt, of ijswater over het suikerklonje in het glas gieten. Ook in sterke drank Vermouth, afgeleid van het Duitse "wermut"=wormkruid, worden nog kleine hoeveelheden Alsem verwerkt.

Hier en daar kan men vinden, dat Alsem ook werkzaam zou zijn tegen mala-ria. Maar dit is niet korrekt: het betreft hier weliswaar een nauw verwante soort de Zomeralsem of Eenjarige Alsem (Artemisia annua). Omdat deze Alsem-soort NIET bitter is, wordt hij in de VS waar hij ingeburgerd is ook wel Sweet Annie genoemd. Reeds in de 5de eeuw werd deze plant in de Oud-Chi-nese mediese kronieken als kruid tegen wisselkoorten en malaria aanbevolen. Maar zoals dat gaat in de geschiedenis: dit geraakte in de vergetelheid tot men er in 1972 het nieuwe geneesmiddel Tsjing Hao Sun mee bereidde. Omdat malaria resistent begint te worden tegen de bekende geneesmiddelen zoals kinine, is dat een belangrijke (her)ontdekking. Belangrijk genoeg om de Nobelprijs voor geneeskunde in 2015 toe te kennen aan de Chinese onderzoek -ster Tu Yo Yo voor haar procédé hoe de werkzame stof uit de plant te extra-heren.